Ton Rijnders als winnaar van het NTS-toernooi in Rosmalen, 2001.

Ton Rijnders, een van de veteranen van het Nederlandse mahjong, is niet meer. Zaterdag 20 april overleed hij in zijn woonplaats Purmerend. Jarenlang domineerde hij de Nederlandse ranglijsten. Een kleine man, die toch een ‘grand old man’ was.

Pas vorig jaar moest Ton Rijnders toegeven dat meedoen aan een mahjongtoernooi voor hem te zwaar was geworden. Hij had zich ingeschreven voor het Witte Draak Toernooi 2018 in Hilversum. Nog nooit had hij een editie gemist sinds dat toernooi, waar wordt gespeeld volgens de Nederlandse Toernooi Spelregels, in 2000 van start ging. Maar op het laatste moment zag hij af van deelname. Dat moet hem veel pijn gedaan hebben. Zijn vriend en mede-Kongrover Gert van de Vegt maakte een paar maanden later via de Nieuwsbrief van de Nederlandse Mahjong Bond bekend dat Ton afscheid had genomen van de Kongrovers. “Het ging niet meer.” 

Het was het afscheid van een rijk en succesvol mahjongleven, met veel hoogtepunten maar ook diepe dalen. Ton Rijnders overleed op 20 april, 75 jaar oud. 

Ik ontmoette Ton bijna dertig jaar geleden. Kort nadat ik mahjong had leren spelen, schreef ik me voor het eerst in voor een toernooi. Het was in het begin van de jaren negentig, in Rosmalen. Ton Rijnders was een van degenen met wie ik kennis maakte. Een typische Amsterdammer, vlot van de tongriem gesneden, al was hij nog de rustigste van het groepje familieleden dat in de pauze nog even een extra potje speelde in hoog tempo, waarbij het verbale geweld nog zelfs meer opviel dan het harde spel en het gekletter van de stenen.

Op bijna elk toernooi waar ik naderhand kwam, kwam ik Ton Rijnders tegen. Al die tijd leed hij aan wat hij een ‘langzame vorm’ van leukemie noemde. “Ik leef in geleende tijd, Martin”, antwoordde hij me steevast als ik naar zijn gezondheid informeerde. Elke keer dat ik hem zag, leek hij weer kleiner en zag hij er slechter uit. Maar in die periode van dik 25 jaar dat we elkaar ontmoetten, bleef hij rustig mahjong spelen – en hoe. Hij voelde zich pas echt slecht als hij geen mahjong kon spelen. 

Ton kwam uit een gezin met negen kinderen. Elke vrijdag werd er gepokerd of gekaart. Vanaf 1975 ook mahjong. Om geld, wel te verstaan, zodat Ton en zijn familieleden bijzonder scherpe spelers werden.

Ongeveer vanaf 1990, ver voor de oprichting van de Nederlandse Mahjong Bond, werden al regelmatig mahjongtoernooien gespeeld in Nederland. Een keer per jaar In Rotterdam (organisator: de ENMV, de Eerste Nederlandse Mahjong Vereniging) en een keer per jaar in Amsterdam (organisator: de Kongrovers); daarnaast een enkele keer in Utrecht of Arnhem. Er werd gespeeld volgens de klassiek-Chinese regels uit het rode boekje van de Aziatische winkel Eberhardt in Amsterdam. Later zouden die, na enkele wijzigingen, bekend worden als de Nederlandse Toernooi Spelregels (NTS). Vaak stonden leden van de familie Rijnders op het erepodium: niet alleen Ton, maar ook zijn broer Wim, z’n oomzegger Robert of zijn zwager Paul Hakker. 

Later kwamen er toernooien met moderner mahjongvarianten: Hongkongmahjong, riichi en de Mahjong Competitie Regels. Ton leerde ze allemaal en was ook op deze toernooien regelmatig op het erepodium te vinden.

Ton en zijn 'zebra-lat' op het Roode Vijven Toernooi (riichi), 2001. Foto's Martin Rep
Ton en zijn 'zebra-lat' op het Roode Vijven Toernooi (riichi), 2001.

Ton was fanatiek – soms te fanatiek. Het was in de periode dat ik voorzitter was van de mahjongbond dat Ton betrapt werd op sjoemelen met stenen die hij in de hand hield. Hij  stond nummer één op de Nederlandse ranglijst en had er veel voor over die positie te behouden. Het bestuur besloot hem van de ranglijst te schrappen en voor een aantal toernooien te schorsen. In het telefoongesprek dat ik erover had met Ton, toonde hij veel spijt. Het ging fysiek slecht met hem, zei hij, hij voelde zich hartstikke ziek; vandaar die fout die hij gemaakt had.  Hij was overgelukkig toen zijn schorsing voorbij was en hij weer kon meespelen. Dat ging al snel weer als vanouds. Hoe goed hij kon spelen, bleek op het wereldkampioenschap MCR 2010 dat Nederland organiseerde in Utrecht. Hij was de enige Nederlander die in de top-twintig eindigde; lange tijd had hij zelfs uitzicht gehad op een nog betere positie.

De laatste keer dat ik Ton Rijnders aan de mahjongtafel ontmoette, was op het Dutch Riichi Open 2016 in Oss. Hij zag er slechter uit dan ooit tevoren. Hij vertelde me dat hij de afgelopen maanden veel gewicht had verloren en dat de artsen eigenlijk niet precies wisten waar dat door kwam.

Zoals gebruikelijk had hij zijn mahjonglat meegenomen. Het was een prachtig exemplaar, ongetwijfeld zelfgemaakt, met zebrastrepen. Helaas was de lat zo groot dat hij een groot deel van het oppervlak van de krap bemeten riichi-matjes in beslag nam. Ik had daardoor moeite om zijn weggelegde stenen goed te zien, maar ik durfde de zieke man er eigenlijk niet op te wijzen. Hij speelde ook slecht; hij verloor die hanchan zwaar, wat hij tamelijk filosofisch opnam. Hij verraste me na afloop trouwens met de opmerking dat hij die dag ‘slechts twee tafels’ had gewonnen. Ik had er zelfs niet een kunnen winnen…

Een jaar later hoorde ik van een van zijn mahjongvrienden dat Tons gezondheid hard achteruitging. Niet vanwege de leukemie waar hij al zo lang tegen streed, maar vanwege de ziekte van Parkinson die hij er nog bij had gekregen. “Maar hij speelt nog net zo gehaaid als altijd”, hoorde ik toen. “Laatst was hij nummer één aan zijn tafel, er was nog vijf minuten te spelen. Ton stelde voor maar te stoppen, het was immers toch te kort voor nog een potje.”

Van Ton had je nooit gewonnen zolang de laatste steen niet was weggegooid. Hij heeft nu eindelijk die laatste steen weggelegd.

Ton Rijnders’ resultaten EMA-toernooien (MCR en Riichi)