Sjef en de eerste wereldkampioen mahjong (MCR), Mai Hatsune uit Japan. Mai kwam naar Nijmegen voor het eerste OEMC in 2005.

Zou iemand geloven dat Sjef Strik vandaag vijftig is geworden? Toch is het zo. Het verhaal van een mahjongvriendschap die nu al een kwarteeuw duurt. 

Laten we voor het gemak zeggen dat Sjef en ik elkaar ontmoetten op een zonnige dag in 1992, want dat is dit jaar precies 25 jaar geleden en destijds was Sjef 25 jaar. Dus twee keer zo jong als hij nu is geworden. (Sjef blijft natuurlijk altijd jong, maar dat is een ander verhaal.)

Het was op een toernooi van de ENMV in Rotterdam. Wij waren beiden beginnende mahjongspelers. Sjef had mij trouwens al eerder ontmoet, want ik had in De Gelderlander een paginagroot verhaal, onder naam, geschreven over mahjong. Dus toen hij in Rotterdam mijn naam op de deelnemerslijst zag staan, zocht hij me op. Wij herkenden in elkaar een geweldige passie voor dit prachtige spel, die echter nog niet geheel bevredigd werd.

Er mankeerde volgens ons wat aan de spelregels. Sjef speelde thuis volgens heel andere regels. Daar wilde ik wel eens kennis mee maken, dus een afspraak was snel gemaakt. Maar na een half uur dachten Dicky en ik: hoe komen wij hier weg? Nog nooit zo’n saaie variant meegemaakt. “In mijn huis wordt alleen maar schoon gespeeld”, luidde het adagium van Sjef en de grondslag van de Strikregels. Gelukkig kwam Sjef ook gauw tot het inzicht dat ‘ik was nog niet eens schoon’ toch niet zo’n goed idee is.


‘In mijn huis wordt alleen maar schoon gespeeld’, luidde het adagium van Sjef en de grondslag van de Strikregels


Op het internet ontdekten we de spelregels van Hong Kong Mahjong. Dat was pas leuk! Een spel waar de vaart in zat en dat alle Chinezen speelden. Zeker drie keer per week stopte de Volvo van Sjef bij ons voor de deur in Nijmegen om een avond lang de stenen te laten rammelen. Hong Kong Mahjong wordt bij voorkeur gespeeld met enorme stenen, die wij in Chinese toko’s in Rotterdam en Amsterdam hadden gekocht. Het roeren van de stenen en het bouwen van de muren gaf nogal wat overlast bij onze buren, maar een kniesoor die daarop lette.

Ondertussen speelde Sjef ook altijd nog graag ‘schoon’. Bij herhaling vertelde hij me over een toernooi dat hij in Rotterdam gespeeld had. Hij had niet één fout gemaakt maar was toch als allerlaatste geëindigd. De weg naar het ware mahjong echter liep via Nijmegen. In 1999 organiseerden Sjef en ik in het Kolpinghuis, ter ere van de aanstaande eeuwwisseling, het Hong Kong Mahjong Millennium Toernooi. De eerste editie trok 48 deelnemers. Binnen een paar jaar was het, onder de naam Gouden Draak Toernooi, ’t grootste mahjong-evenement van Nederland. Later schakelde het toernooi over op de Mahjong Competitie Regels – waarvoor Sjef en ik samen het eerste Europees kampioenschap ever initieerden – maar de belangrijkste dag in ons mahjongleven was de dag dat wij in aanraking kwamen met een merkwaardige kerel die Frans Roquas heette. Hij beheerste een schimmige Japanse mahjongvariant die hij riichi noemde. Of riici. Of ricci. Of reach. Hij had een Japans boekje bij zich waarin hij druk bladerde bij ingewikkelde spelregelkwesties. Een jaar na het eerste Nijmeegse Hong Kongtoernooi organiseerden wij in een boerderij in Leusden het eerste riichitoernooi.

Dit was de variant waar Sjef en ik ons het gelukkigst bij gingen voelen. Het mooiste ogenblik op een riichitoernooi voor Sjef was wanneer hij zelf de winnende steen van de muur trok. Hij riep dan zo hard tsumo!!! dat de spelers aan de andere tafels van schrik hun muren omstootten en tal van dode handen moesten worden genoteerd.

Dit alles ter inleiding van de mooiste mahjonggeschiedenis van Sjef en mij samen. Het was op de tweede zondag van laten we zeggen het jaar 2002, want dan is dat dit jaar mooi vijftien jaar geleden. Sjef en ik hadden ons aangemeld voor het Rode Draak Toernooi in Hilversum, dat jaarlijks op de tweede zaterdag van januari wordt gespeeld. Sjef was er tot zijn grote genoegen voor uitgenodigd. Niet tot genoegen overigens van zijn medespelers, die zijn speeltempo in de verste verte niet konden bijbenen en bezorgd informeerden of hij de trein moest halen. De volgende dag vond in Amsterdam het Kongrovers Toernooi plaats, waaraan wij ook zouden deelnemen. Amsterdam ligt niet zo ver van Hilversum vandaan; Sjef en ik bleven er logeren bij mijn broer Jelte, zodat iedereen de volgende ochtend op tijd in de hoofdstad kon zijn dankzij de Volvo van Sjef.

Dat viel nogal tegen. Ondanks de winter- en elandvastheid van de Volvo hield de Zweedse geweldenaar het kort voor de eindstreep voor gezien. Wij – Jelte, zijn vrouw Ria en ik – moesten de auto duwen. Dat was geen leuk moment voor Sjef, voor wie Volvo soms een nog belangrijker plaats in zijn leven inneemt dan mahjong.

 

  • Dit verhaal heb ik geschreven voor het vriendenboek van Sjef Strik ter gelegenheid van zijn vijftigste verjaardag.